Zoeken op persoon


Hier zijn de persoonsgegevens van Mozes:

Mozes (Hebreeuws: מֹשֶׁה Mosje, Oudgrieks: Μωυσῆς Mōysēs of Μωσῆς Mōsēs, Latijn: Moyses of Moses, Arabisch: موسى Moesa) was volgens de Tenach de grootste profeet (op grond van Numeri 12:6-8, Deuteronomium 34:10 en Exodus 24:12). De Hebreeuwse Bijbel beschrijft hem als de leider van de Israëlieten bij de uittocht uit Egypte en tijdens de doortocht door de woestijn tot aan de grenzen van Kanaän. Traditioneel worden aan Mozes ook de eerste vijf Bijbelboeken toegeschreven (de Thora), waardoor de gehele wetgeving van Israël door zijn autoriteit werd geschraagd. Ook Job en Psalm 90 worden traditioneel aan Mozes toegeschreven.

Jeugd

De farao schrok van de opstandigheid en vermenigvuldiging van de Israëlieten (Exodus 1:12) en gebood twee Hebreeuwse vroedvrouwen de mannelijke pasgeborenen van zijn slaven te doden. Zij negeerden dit bevel, waarna de farao "heel zijn volk ... bevel [gaf] om alle Hebreeuwse jongens die geboren werden in de Nijl te gooien" (Exodus 1:15-23). (...) Het kind werd in een mandje van papyrus (de ark van Mozes) gelegd, tussen het riet langs de oever van de Nijl (Exodus 2:1-3), waar hij uitgerekend door de dochter van de farao die de kindermoord had bevolen, werd ontdekt en gered door een meisje dat de zuster van het kind bleek, later als Mirjam geïntroduceerd (Exodus 15:20; Numeri 26:59). Zij bracht het kind onder bij een voedster die niemand anders bleek te zijn dan de moeder van het kind (Exodus 2:4-9). Nadat hij was gespeend en zijn naam Mozes kreeg, groeide hij op aan het Egyptische hof (Exodus 2:10).

De brandende doornstruik

In dit verhaal openbaart zich een voorheen anonieme godheid als de God JHWH, die het geweeklaag van Zijn volk had gehoord en zei de horige Israëlieten onder Mozes uit Egypte te bevrijden en naar een goed land te voeren. Toen Mozes aarzelde en in het vooruitzicht op onderhandelingen met de farao wees op zijn rammelende talent als woordvoerder, werd zijn broer Aäron aan hem toegevoegd als "mond" (Exodus 3:1-4:17).

Uittocht uit Egypte

Hierna keerden Mozes en zijn gezin terug naar Egypte en begon hij met zijn opdracht (Exodus 4:18-31). Er ontwikkelde zich een zware strijd tussen Mozes, Aäron en de Israëlieten aan de ene en farao en zijn hof aan de andere kant. Uiteindelijk bracht de laatste van tien plagen, de dood van alle eerstgeborenen in de Pesachnacht, de farao eindelijk op de knieën om de Israëlieten te laten gaan (Exodus 5-12). Toen de farao over de uittocht van zijn horigen werd bericht, bedacht hij zich weer en zette de achtervolging in.

Bij de Schelfzee (Rode Zee) bereikten de achtervolgers de Israëlieten, die hierop in paniek raakten. Maar Mozes zegde hun de hulp van JHWH toe en door een wonder verschafte Hij een doorgang door de zee door deze te splijten. De Israëlieten konden over de droge bodem van de zee naar vrijheid lopen. Toen de Egyptenaren hen achtervolgden, sloot de zee zich echter weer en de farao kwam samen met zijn strijdkrachten om het leven (Exodus 14).

Dolen in de woestijn en de Tien Geboden

Na deze overwinning bij de Schelfzee reisden de Israëlieten onder leiding van Mozes verder door de Sinaïwoestijn. Al snel kwam het tot conflicten, mede omdat proviand en drinkwater ontbraken. Mozes bad op verzoek van zijn volk tot JHWH, die hen voedde met manna en kwartels (Exodus 6:1-17; 7). (...) Uiteindelijk bereikten zij de berg Sinaï, de plaats van de fundamentele openbaring van God.

Na de bekendmaking van de Tien Geboden (Exodus 20:1-7; Deuteronomium 5:6-12) en het verbondsboek (Exodus 20, 22-23, 33), kwam het tot een verbond. Hierna volgden de Sinaïtische heiligdomswetten(Exodus 25-31; 35-40; Leviticus 1 - Numeri 10), waarvan de bekendmaking werd onderbroken door de gebeurtenissen rondom het gouden kalf: terwijl Mozes op de berg bij God was, overtrad het volk onder Aärons leiding het verbod op het aanbidden van vreemde goden en beelden (Exodus 32-34). Toen Mozes het lawaai van de om het beeld dansende mensen hoorde, daalde hij van de berg af en smeet hij de stenen tabletten waarop de tien geboden van JHWH waren geschreven aan stukken. Nog groter was de toorn van JHWH, maar het lukte Mozes met een indringende smeekbede namens het volk JHWH ervan te weerhouden het verbond met Zijn volk op te geven (Exodus 32:11-14).

Van de Sinaï leidde Mozes het volk via de oase Kadesh Barnea naar de grens van het Beloofde Land. Maar vanwege de toenmalige zonden van het volk (Numeri 13f) moesten Mozes en de Israëlieten in totaal 40 jaar door de woestijn dolen, totdat zij in het gebied van de Moabieten kwamen, waar ze aan de Jordaan hun kampen opsloegen tegenover Jericho.

Mozes in de kunst

Op oude schilderijen wordt Mozes bijna altijd met hoorntjes afgebeeld (bijvoorbeeld duidelijk te zien in het schilderij van José de Ribera, bovenaan dit artikel). Dit is het gevolg van een foutieve vertaling van Exodus 34:29 uit het Hebreeuws. קרן, karan betekent zowel hoorn als (licht)straal (beide enkelvoud).


Mythologie waar Mozes bij hoort: Christelijk

Attributen: -

Mozes is een profeet.

Mozes is de broer van Aäron en Mirjam.